Architectuur

Op 4 december 1997 werd de historische binnenstad van Willemstad door de UNESCO toegevoegd aan de werelderfgoedlijst. De kleurige architectuur van de binnenstad is in de zeventiende eeuw ontstaan tijdens de koloniale periode, als unieke vermenging tussen Hollandse en Caribische architectuurstijlen. Naast de historische bebouwing in Willemstad vormen ook landhuizen een belangrijk onderdeel van de architectuur op Curaçao. Veel landhuizen zijn goed bewaard gebleven en nu in gebruik als klein museum, hotel of likeurstokerij.
Punda
Vlak na de verovering van Curaçao in 1643 bouwden de Nederlanders forten om het eiland te versterken. Een beroemd voorbeeld hiervan is Fort Amsterdam, dat bewoond werd door de bewindvoerder en op een strategisch zeer belangrijke plaats ligt (aan de ingang van de haven).
Curaçao ontwikkelde zich langzaam tot een bloeiend internationaal handelsknooppunt en de handelaren bouwden woonhuizen, kantoren, winkels en pakhuizen aan de huidige Columbusstraat, Madurostraat en Handelskade. Toen Punda volgebouwd was werd de stad in oostelijke richting uitgebreid richting Pietermaai, waar eveneens kleurige herenhuizen werden gebouwd.
Otrobanda
Vanaf 1707 werden er in Otrobanda (“de andere kant”) eenvoudige woningen en opslagplaatsen gebouwd van één verdieping hoog. Later werden de panden groter met net als in Punda een winkel op de begane grond en daarboven een woning. Voorbij de Breedestraat werden de huizen voornamelijk door de elite bewoond. De architectuur van deze huizen is vergelijkbaar met die van de lokale landhuizen, uitgebreid met een tuin en aparte vertrekken voor het personeel.
In de achttiende en negentiende eeuw trokken veel voormalige slaven naar de stad toe en ontstond er een arbeiderswijk, waar zich later ook Joodse en Libanese handeleren vestigden. Het culturele leven bloeide op en er ontstond langzaam een welvarende middenklasse.
Scharloo
Vanaf de negentiende eeuw trokken veel Joodse kooplieden naar de voormalige plantage Scharloo en bouwden hier elegante herenhuizen in Italiaanse stijl. Door de neoklassieke huizen in fellere kleuren en met ingewikkeldere details te bouwen onderscheidde men zich van de Nederlandse bouwstijl. De huizen werden in een U-vorm gebouwd, met een grote veranda of galerij aan de voor- en achterkant, een grote keuken en een aparte woon- en eetkamer. Bij heftige tropische stormen werd er in de kelder geschuild, die echter niet altijd bescherming bood tegen het water.
Landhuizen
De prachtige landhuizen (soms ook plantagehuizen genoemd) zijn ontstaan toen de plantages van de West-Indische Compagnie eigendom werden van particulieren. Om de familie van de eigenaar te huisvesten werden grote herenhuizen gebouwd, met versteend koraal als bakstenen en Hollandse dakpannen. Zo ontstonden landgoederen waarvan de naam nog steeds in gebruik is als plaatsnaam. De stijl van de landhuizen is gebaseerd op Hollandse architectuur, maar wel aangepast aan de lokale omstandigheden en cultuur. Aan de stijl van de gevels is de bouwperiode en de welstand van de eigenaar af te lezen. De landhuizen zijn vaak op een heuvel gelegen, zo kon de eigenaar zijn plantage goed overzien. Een ander voordeel van de hoge ligging is de verkoelende passaatwind die het huis (en de bewoners) koel hield. Rondom het huis werden verschillende voorraadschuren aangelegd (magasina’s genoemd). Na de afschaffing van de slavernij raakten veel landhuizen in verval. De laatste jaren wordt de ene na de andere opgeknapt en opgesteld voor publiek.
Moderne architectuur
Hoewel de meeste aandacht van toeristen uitgaat naar de historische architectuur, zijn er in de twintigste eeuw ook bijzondere dingen gebouwd op Curaçao. De laatste jaren wordt door de internationale vereniging DOCOMOMO aandacht gevraagd voor het Moderne Bouwen op Curaçao. Deze stijl uit het begin van de twintigste eeuw wordt als baanbrekend beschouwd, en heeft als stijlkenmerken onder andere skeletbouw, prefabricatie, open plattegronden, vrije gevelindeling en streven naar functionaliteit.
Koninklijke Olie (Shell) en de Koninklijke Nederlandsche Stoomboot Maatschappij (KNSM) introduceerden de moderne bouwstijl toen zij naast fabrieken ook woningen voor hun werknemers gingen bouwen. Een voorbeeld van het Moderne bouwen is het KNSM-hoofdkantoor aan de Breedestraat in Punda. Andere voorbeelden zijn het Cinelandia Theater (architect P.A. van Stuivenberg, 1941), de oude Bibliotheek (architect C.M. Bakker, 1943), het Monseigneur Verriet Instituut (architect G. Rietveld, 1949) en het Peter Stuyvesant college (architect A. de Vries, 1954).
Meer informatie vindt u op www.curacaoarchitecture.com en www.docomomocuracao.org
Foto's







